Officiële website regio Valle d'Aosta

Vallei van verrukking - Joie de Vivre

Alleen al het panorama van de besneeuwde Alpenreuzen rechtvaardigt een bezoek aan het dal van Aosta. Maar er is meer. Van het Rome van het noorden tot een reeks van kastelen. Plus een keuken om van te watertanden.

 

Het is misschien wel de mooiste vallei ten zuiden van de Alpen. Sprookjesachtig en ruig tegelijk, met aan de ene kant de majestueuze toppen van de Matterhorn en de Mont Blanc en aan de andere kant het oudste natuurpark van Italië. De vallei zelf is vernoemd naar de stad die zich al eeuwen staande houdt tussen al dat natuurgeweld en op zijn beurt weer vernoemd is naar keizer Augustus. In latere eeuwen werd de Valle d’Aosta, altijd een belangrijke doorgangsroute gebleven, versterkt met imposante kastelen. Tussen het Forte di Bard in het oosten, dat trapsgewijs tegen een rots aanligt, en het Castello di Avise in het oosten, liggen tientallen kastelen over een afstand van nog geen tachtig kilometer. De culturele rijkdom van het Aosta-dal is daarmee van onschatbare waarde en uniek in de wereld.

Romeinse schatten

Voor een verkenning van de Aosta-vallei zit je nergens beter dan in de stad van Caesar Augustus. Augusta Praetoria, zo luidt de originele naam van de stad die tegenwoordig bekendstaat als Aosta. Gesticht in het jaar 25 na Christus, als garnizoensstad op de route naar Gallië. Aan de oostkant betreed je Aosta door de Arco d’Augusto. De triomfboog uit het stichtingsjaar van Aosta werd gebouwd ter viering van de Romeinse overwinning op de Salassi, die hier sinds 2600 voor Christus woonden. Vanhier snijdt een kaarsrechte weg van oost naar west door het autovrije hart van Aosta. Het symmetrische stadsplan van de Romeinen is perfect bewaard gebleven en zorgt ervoor dat je vrijwel nergens het overzicht verliest. Er zijn nog zo veel monumenten die aan de Romeinse periode herinneren, dat Aosta ook wel ‘het Rome van het noorden’ wordt genoemd: van een deel van de ommuring tot het Romeinse forum en de Porta Pretoria, de brede stadspoort met zijn drie doorgangen – één voor strijdwagens en twee voor voetgangers. Maar het meest indrukwekkend is toch wel het Romeinse amfitheater, dat ooit plaats bood aan vierduizend toeschouwers. Er zijn sterke aanwijzingen dat het theater vroeger overdekt was – geen wonder, want tijdens de winter daalt het kwik hier tot ver onder nul (terwijl dertig graden in de zomer niet ongewoon is). Met zijn 22 meter steekt de façade van het theater hoog boven alles uit, en tussen de bovenste bogen door zie je in de verte de besneeuwde top van de Monte Emilius.

Middeleeuwse bouwwerken

Het Romeinse erfgoed deelt de status van bezienswaardigheid met middeleeuwse religieuze bouwwerken. De Santa Maria Assunta-kathedraal en het klooster met kerk van Sant’Orso springen het meest in het oog. Het klooster is zeer indrukwekkend, met de bijbehorende romaans-gotische kerk, de vrijstaande klokkentoren en de kloostergang met in de kapitelen Bijbelse taferelen gebeeldhouwd. Aan de bouw van de kathedraal en het klooster werd begonnen tijdens het bestuur van de heilige Anselmus (994-1025), Aosta’s beroemdste bisschop. Een aantal bisschoppen vóór hem werd begraven op de plek waar later de San Lorenzo-kerk verrees. Hun graven kwamen aan het licht tijdens archeologische werkzaamheden en zijn nu te bezichtigen, waaronder ook het graf van bisschop Grato, die op fresco’s wordt afgebeeld met het hoofd van Johannes de Doper in zijn handen. Het verhaal wil dat Grato het hoofd mee terugnam uit Jeruzalem en het in Rome aanbood aan de paus. Op het moment van de overdracht brak echter Johannes’ kaakbeen af, waarna de paus alleen de rest van het hoofd hield. De kaak ging mee naar Aosta en zou begraven liggen in de kerk van Sant’Orso, al claimen tientallen kerken over de hele wereld over hetzelfde relikwie te beschikken.

Met zo veel monumentale bouwwerken wekt Aosta de indruk van een groot openluchtmuseum. Toch is het een moderne stad, met veel trendy cafés, drukke osteria’s en chique modewinkels. De meeste winkels concentreren zich rond het elegante Piazza Chanoux. In de autovrije binnenstad kun je nog heerlijk rondslenteren zonder dat hordes toeristen je voor de voeten lopen. Aosta mag dan veel te bieden hebben, in het ‘rijke’ Italië is de stad voor buitenlandse toeristen nog geen platgelopen reisbestemming. Vanwege de ligging trekt Aosta wel veel dagjesmensen uit Zwitserland en Frankrijk, maar dat aantal is nog te overzien. Net als de rest van de vallei is Aosta overigens tweetalig, met Frans als officiële tweede taal.

Groene alpenweiden

Ook al draagt de vallei de naam van Aosta, het dal heeft naast deze ongepolijste miniversie van Rome nog veel meer te bieden. Aosta ligt aan de voet van Italië’s oudste natuurpark, Gran Paradiso. Dit park was ooit het exclusieve jachtterrein van koning Vittorio Emanuele II, maar is inmiddels allang voor iedereen begaanbaar. Het is een lustoord voor wandelaars, mountainbikers en rotsklimmers. In totaal is er voor 475 kilometer aan wandelpaden uitgezet, door dichte loofbossen en slaperige dorpen, over groene alpenweiden en langs snel stromende beken, hoge bergmeren en indrukwekkende watervallen. Grote kans dat je onderweg enkele natuurlijke bewoners van het park tegenkomt, van gemzen, steenbokken en hele marmottenkolonies tot haviken en uilen. Veel wandelpaden vertrekken vanuit het dorpje Cogne, vanaf Aosta een half uur rijden. Bij Cogne ligt ook de mooiste waterval van de regio, de Lillaz, die in etappes over een lengte van tientallen meters in een waterreservoir valt en op het bovenste punt – te bereiken via een aantal trappen – vaak bevroren is.

Rijd je vanuit Aosta niet naar het zuiden – het park in – maar volg je de rivier Dora Baltea richting westen en oosten, dan passeer je een groot aantal ruïnes en kastelen. Vanaf de 11de eeuw werd vanaf hier toegezien op de veiligheid van deze strategische doorgangsroute en bezoekers van koninklijke huize vonden er een gerieflijke slaapplek. De mooiste kastelen zijn die van Sarre, Fénis en Bard, al is het laatste meer een militair fort dan een kasteel. Forte di Bard, dat trapsgewijs opklimt naar de top van een rots, werd net als menig ander kasteel in deze regio gebouwd door de Savoye-dynastie. Tegenwoordig huist hier het Museum van de Alpen en zijn er diverse kunstexposities te bezichtigen. Het kasteel van Fénis is misschien wel het meest romantische in de hele vallei. Van de gekartelde muren tot de rechthoekige uitkijktorens, vrijwel alles aan dit kasteel is nog in uitstekende conditie. Maar ook vanbinnen is Castello de Fénis zeer de moeite waard. Vooral de fresco’s in de kamers en op de binnenplaats trekken veel bekijks, met als hoogtepunt de schildering van Sint Joris en de draak, halverwege de stenen trap op de patio.

Smaken van de vallei

De Valdostanen zijn trots op hun schatten, en hun bereidheid om deze met buitenstaanders te delen is groot. Dat geldt ook voor de Valdostaanse keuken, die sterk wordt beïnvloed door de Franse cuisine en rijk is aan lokale producten als gedroogde vleeswaren, kastanjes, wild, appel, spek, honing, roggebrood en kazen. Tijdens de oogstperiode, in september en oktober, worden overal in de regio culinaire evenementen georganiseerd. Hier vind je ook de hoogst gelegen wijngaarden van Europa, waar enkele DOC-wijnen vandaan komen. Een echte aanrader is de Blanc de Morgex et de la Salle, die uitstekend smaakt bij een uitgebreide charcuterie- en kaasschotel met Mocetta (ham van gemzenvlees), Lard d’Arnad (spek) en heerlijke kaasjes als de Fontina (lichtzoet en een beetje nootachtig), Tomini (zacht en romig) en Fromadzo. Zo laat deze dunbevolkte vallei zich in alle opzichten smaken en zijn de Valdostanen terecht verontwaardigd dat hun regio minder toeristen trekt dan de meren in het oosten of Toscane en Umbrië in het zuiden. Dat maakt deze vallei misschien wel tot het best bewaarde geheim van Noord-Italië.

Tips & adressen

Vecchio Ristoro

Een van de uitstekende restaurants in Aosta mét ster, waar je traditionele Valdostaanse gerechten als forelfilet met kastanjejam en tagliatelle van maïs met karbonadesaus krijgt voorgeschoteld. Ook de aankleding van het restaurant is traditioneel.
Via Tourneuve 4, Aosta, tel. +39 0165 33238, www.ristorantevecchioristoro.it

Terme Pré-Saint-Didier

Prachtig gelegen thermen aan de voet van de Mont Blanc met meer dan veertig spafaciliteiten, waaronder whirlpoolbaden, stoombaden met aromatherapie, watervallen en relaxing rooms met een onvergetelijk uitzicht op de Alpen.
Allée des Thermes, Pré-Saint-Didier, tel. +39 0165 867272, www.termedipre.it

Saint-Vincent

Een modern stadje dat net als Aosta rijk is aan monumenten, waaronder een Romeinse brug, een romaanse parochiekerk en een in 1170 ontdekte waterbron met geneeskrachtige eigenschappen. Ook het Casino de la Vallée en een keur aan culturele evenementen zetten Saint-Vincent op de kaart. De stad vormt het vertrekpunt voor een groot aantal wandelpaden, onder meer naar de Capre-brug (een gedurfde constructie in een nauwe bergspleet), het kasteel Saint-Germain en de ijsgrot.

GOUDEN JOIE TIP

Van Aosta is het een klein half uur rijden naar Courmayeur, een mondain skioord op 1200 meter hoogte aan de Italiaanse kant van de Mont Blanc. Het is een stad met een rijk verleden en levendig centrum vol luxe winkels, goede restaurants en gezellige grand cafés. Sinds in 1940 de eerste skiliften werden gebouwd heeft het zich ontwikkeld tot vermaard skiparadijs met een vaste sneeuwzekerheid en weidse vergezichten.

 

copyright: Jeroen Jansen, artikel gepubliceerd in Joie de Vivre - 03- 2013

Contact Valle d'Aosta

Kijk snel op de pagina contact.

Nieuwsbrief

Ontvang nieuws en aanbiedingen per e-mail.

* verplicht veld

In de media

Joie de Vivre: Vallei van verrukking

Joie de Vivre: Vallei van verrukking

Artikel over de Aostavallei in Joie de Vivre 3-2013
PDF | 1,69MB

© 2016 - Regione Autonoma Valle d'Aosta