Officiële website regio Valle d'Aosta

Traverse van de Crou de Bleintse - Hoogtelijn

Verrassingen – dat is wat de bergen voor ons in petto hebben. Want hoe goed je ook hebt gekeken, gidsen hebt geraadpleegd en kenners hebt gesproken, iedere keer doen zich nieuwe mogelijkheden voor. Zo beschrijft Robert Weijdert een traverse van de Crou de Bleintse in de uitlopers van de Mont Vélan, een bergtocht die door iedereen over het hoofd lijkt te zijn gezien.

Het hoogste punt is een rommeltje: lichtgrijze, schots en scheef op elkaar gestapelde met korstmossen bedekte rotsen. Uitgepierde bloemetjes en gemsenkeutels, een steenman - dat is alles. Crou de Bleintse, 2824 meter boven de zeespiegel. Verwonderd kijken we om ons heen, want het is altijd bijzonder om ergens voor de eerste keer te komen. Een enkele keer slaat de wind in een scherpe koelte toe vanaf de verbindingskam met de Mont Vélan, die sinds ons vertrek in een grauwe nevel is gevangen. In de verte verschijnt vanachter de wolken de Mont Blanc met zijn sensationele schittering van wit en blauw, onwezenlijk, als een berg uit een Disneyfilm. “Zie je, daar beneden lopen de Tour de Combin-gangers”, zeg ik, “je weet wel, die stille Fransen bij ons op de kamer. Ze zijn er stevig tegenaan gegaan, de col hebben ze al gehad.” We staren een tijdje naar de figuurtjes op de helling. Door de afstand lijken ze stil te staan; het einde van hun etappe is onvoorstelbaar ver weg.

Verderop vinden we achter de rotsen beschutting. Het land begint kleur en warmte te krijgen. Er gaat rust vanuit met een zonnetje dat tussen de onverschillig voortzeilende zomerwolken steeds meer doorkomt. We wijzen elkaar de plekken van vorige tochten. “Zie je hoe mooi de zonvlekken langs de Punta Chaligne schuiven. En daar beneden ligt Aosta in de schaduw, het is vroeg, de koffie moet nog worden gezet, de boterhammen gesmeerd.” De Crou de Bleintse vormt met de Mont Saron de uitloper van de Mont Vélan, die zich in een klein massief nog één keer verheft tot een heuse bergtop. Dat is goed te zien als je vanuit Turijn komt aanrijden en er vóór Aosta een groene piramide pontificaal in beeld komt. Op dat ogenblik krijg je een vermoeden van het spectaculaire uitzicht dat daarboven op je ligt te wachten. Vorig jaar was me ineens opgevallen dat mijn ogen er altijd slechts langs gestreken waren, omdat ze werden weggetrokken door die knoerten van bergen in de omgeving.

“Ah, Crou de Bleintse”, had Sergio Petey gezegd toen ik hem ernaar vroeg. Hij is berggids uit Valpelline en de beste dakdekker van de streek. Sergio sprak het laatste deel van de naam uit met een lange open sis- en blaasmond, waarbij zijn gezicht zich ontspande, zijn ogen oplichtten en hij zijn denkbeeldige jachtgeweer schouderde om pang pang de trekker over te halen: camosci! Hij vertelde dat het ook een mooie skiberg was, maar verder, ja verder was er natuurlijk niet zo veel te beleven. Rifugio Champillon is zes jaar geleden gebouwd, waardoor de Tour du Combin nu ook aan de Italiaanse zijde goed te lopen is. “Er is nog wel plaats”, had Marina, de huttenbazin, door de telefoon gezegd. Ze is een serieuze jonge meid van de fi dele soort, die blij was dat we kwamen, omdat in Italië de recessie hard heeft toegeslagen. Maar ze vond het ook vervelend om ons de achterafplaatsen te wijzen. Juist op deze dag was er een keertje veel aanloop. Dat vonden we vervelend voor haar, want zelf zaten we er helemaal niet mee: de bedden waren goed en voor de Fransen was het geen probleem dat het raam wijd open ging.

Als we de volgende morgen naar buiten stappen voelt de frisse buitenlucht weldadig aan. Boven de hut klimmen de groepjes in het bleke ochtendlicht langzaam naar de col. Aan de overkant van het dal staat de Monte Morion in bizarre lichtbundels. We traverseren achter de hut in het natte gras naar een inkeping in de oostkam van de berg. In het knollige grasland dat door koeienpoten is omgeploegd moeten we zelf onze weg zoeken. Na een korte stijging over een met lage struiken begroeide helling staan we in het zadeltje. Voor ons ligt een steile fl ank, die onderin de vorm heeft van een kam. Lichtgekleurde, verkeerd gelaagde rotsen, brokkelig en af en toe zo steil dat we onze handen moeten gebruiken. Het hoogste punt onttrekt zich door de bolling in de kam aan ons zicht. Moeizaam klimmen we omhoog, op het laatste deel draaien we op goed geluk de zuidflank in.

De kam achter de Bleintse ligt in een lange golvende lijn van almaar lagere rotsbobbels die met aandacht moeten worden behandeld. De Monte Saron zelf blijft ook hier telkens uit beeld. Halverwege, als we van de steilste rotspuntjes afdalen, zegt Soenia ineens: “Ik krijg geloof ik de hongerklop.” “Tsja”, zeg ik, “ik zal eens kijken wat er in de picknickmand zit.” We nestelen ons in een nisje dat net genoeg ruimte biedt. Het is een lekkere plek, vreemd genoeg ook voor mijn tochtgenoot die zich in steil terrein nooit op haar gemak voelt. Wat brood met worst doet wonderen, samen met chocolade en een fl inke slok water. Dan gaan we opgekikkerd verder, zoeken in een slingerende lijn onze weg over de kam, passeren enkele geëxponeerde rotsen en klimmen over stevige blokken naar de top van de Mont Saron.

En dan gebeurt het: terwijl we op het eenvoudige houten kruis aflopen openen zich onder onze voeten in één klap het dal en de bergen van Aosta. In het midden staat de piramide van de Monte Emilius die - duister en steil, massief en toch elegant - drie kilometer boven het dal oprijst. Rechts daarvan de scheve hoektand van de Grivola, de bijna-vierduizender, daarachter de sneeuwtop v an de Gran Paradiso. Met knipperende ogen nemen we het beeld in ons op. Onze blik schiet weg, onbelemmerd, dichter bij vliegen kun je niet zijn. Een overweldigend, vrijmakend gevoel van ruimte vult mijn borstkas. Hoe ik ook mijn best zou doen, ik zou dit nooit in woorden kunnen beschrijven.

Het duurt lange tijd voordat we afnokken. Over de stenige zuidwestfl ank gaat het naar beneden, steeds met dat verrukkelijke uitzicht voor ogen. Bij een opvallend scheef op de helling geplaatste rots, splitst zich het pad. Rechts gaat de gebruikelijke route terug naar Allein; wij slaan linksaf, waar het paadje zomaar ophoudt en we even hulpeloos heen en weer lopen tot we het vijftig meter lager weer oppakken. Het golft naar beneden in de richting van het bos, dat aan het einde wordt begrensd door de bise (open waterleiding) die de westelijke fl ank van het Val Ollomont doorkruist. Bergmarmotten schieten weg, verderop ook twee reeën. Dan worden we nog even stevig in de geuren van naaldbomen en van insecten zoemende struiken gedrukt, die ons pas loslaten bij het paadje langs de bise dat ons terugbrengt naar Champillon.

In de auto trekken we onze schoenen en kousen uit. In de vreugde van het teruggaan voelen we de hete douche al die straks het zweet en vuil van ons af zal spoelen en zien we hoe we ons voor het avondeten zullen opdoffen. ‘Wat een aparte, mooie tocht. Dank je wel,’ zeggen we tegen elkaar.

Informatie

Karakteristiek: ruige, onbekende bergwandeling door een stil berggebied. Steile grashellingen met passages in brokkelige rots. Geen markering tot Mont Saron. Smal pad bij de afdaling. Route niet altijd duidelijk.

Startpunt: Champillon, 2050 m, bereikbaar met de auto.

Overnachting: Rifugio Champillon, 2430 m, 36 slaapplaatsen, tel: 339-4351001. Vanaf Champillon bereikbaar in iets meer dan een uur.

Tijdsaanduiding: Crou de Bleintse, 2824 m: 2,5 uur. Verbindingskam naar de Mont Saron, 2681 m: 1,5 uur.

Afdaling naar Champillon: 2 uur.

Kaarten: Carta dei Sentieri, nr. 5 Gran San Bernardo/Ollomont, 1:25.000 en LkS, Blatt Mont Vélan 1:25.000.

Literatuur: Robert Weijdert. Met uitzicht op de Dent D’Hérens. Bergtochten in Valpelline en Val Ollomont. Prijs 17,50. Verkrijgbaar bij www.weijdert.nl

 

Contact Valle d'Aosta

Kijk snel op de pagina contact.

Nieuwsbrief

Ontvang nieuws en aanbiedingen per e-mail.

* verplicht veld

In de media

Hoogtelijn: Traverse van de Crou de Bleintse

Hoogtelijn: Traverse van de Crou de Bleintse

De traverse van de Crou de Bleintse in Hoogtelijn 4-2013
PDF | 0,92MB

© 2016 - Regione Autonoma Valle d'Aosta