Officiële website regio Valle d'Aosta

Runner's World: Torture des Géants

Dit is de zwaarste beproeving die een mens vrijwillig ondergaat. Magisch, maar het heroïsche ver voorbij.

Een aquarel van bloed, zweet en tranen, gepenseeld tegen een adembenemend Alpendecor. Het equivalent van acht marathons, inclusief vierentwintigduizend stijgende en dalende meters. Een honderdvijftig uur durende verkenning van de uithoeken van lichaam en geest, die door bijna de helft van de deelnemers niet wordt volbracht.

De Tor des Géants (Ronde der Reuzen) is de climax van vrijwillig menselijk lijden en behoort tot de top vijf van grootste menselijke uithoudingsproeven, met Amerikaanse voettochten als Hardrock, Western States en Badwater en de Franse Ultra Trail du Mont Blanc. In de slotfase van de wedstrijd zijn de lichamen van de deelnemers zo uitgeput dat ze geen pijnstillende hormonen meer aanmaken. Zeven Nederlandse deelnemers leverden indringende getuigenissen

De voorbereiding

Wilbert Vlassak: ‘Trainingsweken van twintig uur heb ik gemaakt. Langzaam hardlopen op een schuine loopband, weerstand opdoen door mountainbikeroutes te volgen met een rugzak van acht kilogram. Drie uur lang in de regen dezelfde heuvel op en af, zonder te eten of te drinken. Weerstand opbouwen, de geest sterken.’

Gideon Zadoks: ‘Superlange duurlopen doen in de voorbereiding heeft weinig zin. Techniek, kracht, souplesse en incasseringsvermogen trainen zijn belangrijker, omdat je stabiel moet kunnen klimmen en dalen. Op Youtube heb ik veel trailfilmpjes bekeken, om te visualiseren wat me te wachten stond. Vanaf vijf dagen voor de start heb ik iedere fysieke activiteit vermeden.’

Anne Kirschenmann: ‘Begin augustus heb ik ongeveer 130 kilometer van de route verkend, hardlopend met een tien kilo zware rugzak. En op Corsica heb ik een tocht van vier dagen en nachten gemaakt, in een poging me mentaal voor te bereiden op het lopen door de nacht, op de rand van de uitputting.’

De start

Het centrum van het chique bergsportdorp Courmayeur is op 7 september 2014 voor even de navel van de wereld. Hese Italiaanse charmezangers kwelen zomerhits, publiek koestert zich in de herfstzon, een helikopter hangt stil in het zwerk. De deelnemers aan de Tor des Géants staat de spanning in het gelaat gegrift. Velen staren naar de toppen van de drie- en vierduizenders die ze de komende dagen zullen moeten overwinnen. De mens heeft geen geheugen voor pijn, en dat is maar goed ook. Slaapdeprivatie (hier: onvrijwillige slaaponthouding), een verrommeld eetpatroon, ontstekingen, een brein dat de ledematen onzuiver aanstuurt; dat is de prijs die allen zullen betalen voor hun drang naar ultieme vrijheid.

Patrick Danko: ‘Anne is een goede vriendin, we hadden afgesproken samen op te trekken. Samen ben je sterker, het is veilig en goed voor je moraal. Om die reden smeden de meeste lopers gelegenheidsvriendschappen. Kort na de start trok het peloton de bergen in. Tergend langzaam kwamen we vooruit, al na vijftien kilometer groeide een blaar onder mijn voet. Ik trok hem hol om de kapotte huid te ontlasten.’ Adriaan van den Eelaart: ‘Overal was veel publiek op de been, zelfs hoog in de bergen. Ik verheugde me op de nacht, die rust en stilte zou brengen. Het was helder en de volle maan zorgde voor een sprookjesachtige atmosfeer. De bergen werden minder grimmig, het landschap vriendelijker, de mens nietiger. Rond een uur of vier bereikte ik de drieduizend meter hoge Col Entrelor, waar ik ben gestopt om te genieten van het uitzicht. Later mocht ik de dageraad begroeten, tijdens de beklimming van de Col Loson. Een ervaring voor het leven.’

Anne Kirschenmann: ‘Tijdens de derde etappe besloten Patrick en ik een powernap te doen. De alpenweiden waren nat van de dauw, maar gelukkig zagen we een schuurtje staan. Patrick ging de boel verkennen en meldde dat er een matras en een deken lagen. Ik geloofde het eerst niet, maar we hebben heerlijk vijftien minuten liggen pitten op een mossige matras onder een wollen deken. Opgefrist gingen we weer verder.

Route en strategie

Het hoogste punt in de route is de 3300 meter hoge Loson Pas, het laagste punt is pleisterplaats Donnas, gelegen op 322 meter boven de zeespiegel. De afdalingen dwingen tot het uithalen van capriolen waartoe uitgeputte lopers niet meer in staat zijn. Natuurschoon is even betoverend als wreed. Al na dag één kampen veel deelnemers met overbelaste, ontstoken en ontvelde knieën en voeten. De afzink van de Fenêtre de Champorcher (2300 meter) naar Donnas (322 meter) neemt gemiddeld zes uur in beslag. Een hel van duisternis, modder en gevaarlijke gladheid.

Gideon Zadoks: ‘Voor in het klassement eindigen was mijn doel. Een goede eet- en slaapstrategie is daarbij van belang. Mijn plan was om tot 150 kilometer zoveel mogelijk te eten en twee keer twintig minuten te slapen. Daarna zou ik mijn slaaptijd verlengen tot anderhalf uur en ik zou af en toe een hazenslaapje doen in de berm. Dat pakte anders uit. Mijn maag blokkeerde al snel, de gels die ik wel binnenkreeg bevatten cafeïne, en dat verstoorde weer mijn slaapplanning. Tot aan Valtournenche, na 236 kilometer, heb ik amper geslapen. Ik schat dat ik daar zomaar twee uur heb verloren.’

Patrick Danko: ‘Na ruim honderd kilometer hardlopen kwamen we aan in Cogne, waar een basiskamp was ingericht. Ik had pijn aan mijn voet en rilde van de kou. De gedachte aan opgeven speelde door mijn hoofd. Op een veldbed kroop ik rillend van de koorts onder een deken en een uur later werd ik ijlend wakker. Anne was al bepakt en bezakt, klaar om te vertrekken. Ik tapete snel mijn voet in, schoot in de kleren en volgde haar de nacht in. Gek genoeg voelde ik me weer prima.’

Michiel Panhuysen: ‘Ik wilde zo snel mogelijk Donnas bereiken, een beetje voor de massa uitblijven, anders zijn de lekkere hapjes weg. Maar niets van dat al. Eten hield ik niet binnen, drinken ging moeilijk. Op een gegeven moment lag ik zes keer per uur in een pijnlijke kramp op de grond, in een poging mijn maag te legen. Pas in de Coda Hut, na 165 kilometer, kon ik voor het eerst weer op mijn maag vertrouwen. Mijn grenzen heb ik ruim overschreden, ik kreeg het idee dat ik in een grote mindfuck zat. Ik wilde er na zestien kilometer dalen een pijnstiller tegenaan gooien omdat mijn knieën stijf waren als krakend leer. Ik voelde me zo slap als een vaatdoek na een etmaal zonder eten, en zag toen op mijn hoogtemeter dat het nog achthonderd meter was naar de col. Ik kon uit vermoeidheid nauwelijks mijn ogen nog openhouden, ik struikelde en bleef liggen omdat het beter voelde dan hardlopen.’

De geest

Robin Kinsbergen: ‘Op een gegeven moment is de uitputting zo totaal dat je balanceert op de rand van de waanzin. Er zijn er bij die tijdens het lopen in slaap vallen, anderen hallucineren erop los omdat ze herinneringen en wilde associaties niet van de realiteit kunnen onderscheiden. Vorig jaar zat ik in een basiskamp tussen allemaal buitenlandse lopers en tot mijn verbazing spraken ze opeens allemaal Nederlands. Ik realiseerde me toen dat ik ernstig moest gaan oppassen.’

Anne Kirschenmann: ‘Op donderdagmorgen kreeg ik de indruk dat mijn gehoor uitviel. Ik heb ooit gelezen dat het gehoor het eerste zintuig is dat uitschakelt als je in slaap valt. Tijdens het lopen was ik dus bezig in slaap te vallen. Daarom besloot ik een dutje te doen achter een schuur langs het pad.’ Michiel Panhuysen: ‘De boeiendste ontmoetingen onderweg had ik met mezelf. Al hallucinerend kom je jezelf letterlijk tegen. Je kijkt in een lachspiegel van pijn, vermoeidheid en narrige gedachten. De weg naar de finish moet je plaveien met zelfspot, want dat geeft kracht. Driehonderd kilometer hardlopen is in wezen natuurlijk lachwekkend.

Twintig kilometer voor de finish nam ik een laatste cafeïnegel, omdat ik volslagen op was. De combinatie van cafeïne en adrenaline bezorgde me een trip. De maan kwam onder me te hangen, het landschap begon te draaien en gek te doen. Mijn zicht was wazig, onder mijn schedeldak tolde een stroboscoop, sterren werden tintelende lichtflitsjes. Op zich vond ik dat geen onprettige ervaring.’

Heel even is het stil

Een berghut is een toevluchtsoord voor de dolende ziel. Een veilige haven, een warm welkom, een huiskamer voor iedereen. Dit is wat de uitgeputte en uitgehongerde loper ervaart die bij ’s nachts totaal uitgehold binnentreedt. De aanwezigen maken plaats alsof ze oude vrienden zijn, de waard is een oase van gastvrijheid. Er zijn sober ingerichte douchecabines en slaapvertrekken met ruwhouten stapelbedden van soms wel drie verdiepingen. Vuile sokken steken onder de dekens uit, her en der verspreid slingeren ranzige rugzakken en afgetrapte loopschoenen, het gesnurk alarmeert bergmarmotten tot in de wijde omtrek.

Toch is de berghut een paradijs op aarde, en wie de deur eenmaal achter zich heeft dicht getrokken, ervaart onmiddellijk weer de dreiging van de elementen. Wilbert Vlassak: ‘Ik had me voorgenomen om halverwege te versnellen, maar daar kwam niets van in. Mijn bovenbenen deden gruwelijk pijn, continu werd ik ingehaald. Bij de eerstvolgende post heb ik een arts bezocht. Ik was bang dat hij me zou verbieden om door te gaan, maar dat bleek niet het geval. Wel moest ik een bepaalde zalf van hem op mijn bovenbenen smeren. Maar de apotheek bleek gesloten en ik moest twee uur wachten. Smeren, intapen, arts bedanken en door maar weer. De pijn is niet weggegaan, maar ik kon wel mijn ritme weer oppakken.’

Gideon Zadoks: ‘In de stromende regen arriveerde ik op een verlaten bergtop, vlak voor zonsondergang. Terwijl ik me een weg baande door een kudde steenbokken voelde ik plots een diepe vermoeidheid. Die is er permanent, alleen de mate ervan wisselt. Zo was ik na aankomst in Valtournenche, na 240 kilometer hardlopen, te moe om een woord uit te brengen. Mijn energieverbruik gedurende de hele tocht schat ik op 45.000 calorieën. Tegelijk eet je minder dan normaal. Naar schatting heb ik van al die verbande calorieën onderweg nog geen 20 procent kunnen aanvullen.’ Patrick Danko: ‘Na tweehonderd kilometer hebben Anne en ik besloten op te splitsen. Ik wilde een andere tactiek uitproberen: langer rusten en harder lopen.

Vanaf dat moment werd het een leuk spel. Met meer slaap bleek ik in staat per uur vijf tot zes lopers in te halen. Anne was een uur eerder vertrokken dan ik, maar bij de volgende post kwam ik een uur eerder aan. Ze was kapot, maar klaagde niet.’ Anne Kirschenmann: ‘Ik had last van vochtophoping in beide benen en buik, erger dan ik me kan heugen. Ik had al zo lang niet geplast dat ik twijfelde of mijn nieren nog wel functioneerden. Waarschijnlijker is dat de kleppen in mijn bloedvaten zijn ingeklapt, waardoor het bloed niet meer goed naar boven kon.

Door osmose lekt het vocht door de vaten heen het weefsel in. De een is daar gevoeliger voor dan de ander. Toch was ik er niet teleurgesteld over dat mijn lichaam het liet afweten, ik had immers al 270 kilometer en twintigduizend hoogtemeters afgelegd. Misschien had ik vaker met mijn benen omhoog moeten rusten. Mijn maag- en darmfunctie waren gelukkig in orde, al had ik soms medelijden met Patrick, die net achter mij liep.’

Wilbert Vlassak: ‘Dagenlang heb ik opgelopen met een Italiaans echtpaar. Dan lag ik voor, dan zij weer. Bij verzorgingsposten gaven we eten en drinken aan elkaar door. Gecommuniceerd werd er niet veel, maar het respect was wederzijds. In een afdaling kwam de vrouw ten val. Huilend zat ze op de grond, de man keek haar aan zonder iets te zeggen. Ik vroeg of ik iets kon doen, maar de man schudde van nee. Blikken van verstandhouding kruisten elkaar. Het enige wat ik voor ze kon doen, was de finish halen.’

Nacht en ontij

De magie van de nacht laat zich nauwelijks beschrijven. Als de zon achter de bergtoppen zinkt, verdwijnen lange schaduwen als bij toverslag. In het donker glinsteren overal de ogen van de gemzen, niemand is hier alleen. Het donker went en tegelijkertijd is de duisternis beklemmend. De kleding is nat, de spieren zijn tot op celniveau uitgeput. In de volgende fase treedt berusting in, wanneer de loper de duisternis als een vriend omarmt.

De wereld wordt verkleind tot het schijnsel van een LED-lamp, terwijl de ruimte immens is: maan, sterren en voortdurend bewegende wolkenluchten. Toppen die moeizaam zijn bestegen moeten zo snel als mogelijk is weer worden verlaten. Een ritme van opbouw en direct daaropvolgende destructie, dat is de kern van lopen in de bergen. Robin Kinsbergen: ‘De sterren en de maan stonden de eerste nachten zo helder aan de hemel dat mijn hoofdlamp uitkon. De afdaling van Col di Nina naar Valtournenche was van een onbeschrijfelijke schoonheid, een zinsbegoochelende ruimte lag aan mijn voeten. In de diepte zag ik het dorp liggen, in een zee van licht.

Daar zou ik kunnen rusten, eten en slapen, maar dat walhalla bevond zich op nog vele uren. Uit het donker doken plots twee bekende gezichten op. Het waren de Spanjaarden Iker Karrera en Oscar Perez, twee oud-winnaars. Ze waren aan het trainen en liepen de deelnemers tegemoet. Deze mannen gelden als iconen van de bergsport en toch stopten ze om een praatje met me te maken. In hun gebroken Engels vroegen ze hoe het met me ging. Je kunt je voorstellen: dat gaf me een enorme energiestoot.’ Wilbert Vlassak: ‘De nachten waren bitter koud, ik droeg vijf lagen kleding over elkaar en nam de gure bries in mijn gezicht voor lief.

Eerst kleurde de hemel grijs, later blauw en vervolgens brak de zon door. Stukje bij beetje pelde ik mijn kledinglaagjes af, tot ik uiteindelijk weer in mijn T-shirt onder de zon liep, alsof de kou er nooit was geweest. Modderige, steile afdalingen waren het ergst. Ik zag een loper die door zijn supporters naar beneden werd geloodst. Oneerlijke concurrentie, maar ik was te uitgewoond om er wat van te zeggen. Soms duurde zo’n glijpartij uren. Mijn krachten vloeiden weg, ik vreesde het volgende basiskamp niet te zullen bereiken. Toen een wandelaar vertelde dat ik nog vijf kilometer voor de boeg had, verloor ik alle hoop. Ik heb me tot het uiterste geconcentreerd en ben toen toch maar doorgegaan.’

Anne Kirschenmann: ‘Uiteindelijk heb ik besloten om op te geven. Rusten hielp niet meer. Als je niet meer kan afdalen is het op zijn minst onverstandig een berg te gaan beklimmen. Bij de inschrijving teken je een document waarin staat dat je over alpine-ervaring beschikt en dat je jezelf in de bergen kunt redden als er iets fout gaat. Dat geldt natuurlijk ook nog tijdens de race. Ik was niet meer fit genoeg om mezelf te redden, mijn lichaam heeft limieten. Opgeven was geen beslissing, het gebeurde gewoon. Ik ben daar nog steeds verbaasd over. Wat had ik graag met Patrick gefinisht.’

Adriaan van den Eelaart: ‘Deelnemen aan de Tor des Géants maakt een mens nederig, je wordt keihard geconfronteerd met je zwakke plekken. Twee jaar had ik me intensief voorbereid, ik was sterker geworden in het klimmen en kon moeiteloos dalen. Mijn probleem is dat ik ga piekeren: waarom doe ik dit, wil ik dit wel? Daarom bestudeer ik geen routekaart, ik wil nooit weten hoe ver het nog is. Nu vrees ik voor hoe de buitenwereld naar me kijkt. Ik hoor ze al denken: zie je nou wel, Adriaan kan dit helemaal niet. Maar ik weet zeker dat ik het wel kan. Ik ga aan yoga doen om me beter te leren concentreren.’

Herstel

Michiel Panhuysen: ‘Na de finish was ik sterk vermagerd, maar na een paar weken stevig eten zat ik weer op gewicht. Goed slapen lukte na een dag of tien weer. Boeiend is ook dat je weer een normale stoelgang moet zien op te pikken. Je hebt een soort driedubbele jetlag. Mijn gevoelsleven was ook van slag. Ik zag anderen heel emotioneel zijn aan de finish, maar ik voelde niet zoveel. Ik snakte alleen naar een bad en een bed. En geen gezeur aan mijn kop. Ik voelde verder niets. Ook de dagen erna niet. Pas na een tijdje stond ik weer ‘aan’.

Wilbert Vlassak: ‘Twee weken na de Tor des Géants was ik nog steeds hongerig. Ik snoepte, at twee keer warm en schepte extra op. Lang ben ik verkouden gebleven, een lichte hoofdpijn wilde niet wegtrekken. In mijn dromen liep ik door, een keer heb ik midden in de nacht mijn computer aangezet omdat ik op internet wilde controleren of ik al gefinisht was. Het delen van mijn ervaringen met anderen is moeilijk. “Dat heb ik ook als ik een uurtje ga fietsen”, reageren collega’s op het werk. Wijselijk knik ik dan maar. Hoe kun je nou in godsnaam uitleggen wat de Tor des Géants is?’

 

Artikel gepubliceerd in Runner's World - December 2014 - Tekst Peter Klooster

Contact Valle d'Aosta

Kijk snel op de pagina contact.

Nieuwsbrief

Ontvang nieuws en aanbiedingen per e-mail.

* verplicht veld

In de media

Runner's World: Torture des Géants

Runner's World: Torture des Géants

Verslag van de Tor des Géants 2014 in Runner's World - December 2014
PDF | 1,51MB

Gerelateerd

Tor des Géants

De Tor des Géants is een van de zwaarste endurance trails ter wereld. De in Valle…

© 2016 - Regione Autonoma Valle d'Aosta